Voorbereiding
- Bevestig bij de leraar dat er klanten (bijvoorbeeld leerlingen groep 7) komen op de derde dag
- Richt een bank in die 10 BizEuro’s per keer leent
- Richt een winkel in die garen, zakjes en prijskaartjes verkoopt
Materialen
Garen - Zakjes (verpakkingsmateriaal) - Prijskaartjes
Woordenlijst
Bank - Rente - Productielijn - Handwerk
Sheets
Aandelenkoersen - Werkblad van dag 2 - Kostprijscalculatie - Investeerder versus bank (optioneel)
Rol van de leraar- Optreden als bankier
- Optreden als winkelier

1. Terugblik (5-10 minuten)
- Bijna alles werkt als een bedrijf.
- Aandelen vertegenwoordigen eigenaarschap van een bedrijf.
- Inkomsten - uitgaven = winst (of verlies)
- Werknemers hebben verschillende functies in een bedrijf
(terugblik functies en motto’s).
- Een product ontwerpen vergt creatief denken
- Werknemers moeten samenwerken om succesvol te zijn
2. Vandaag (2 minuten)
- Leer je dat als je geld nodig hebt, je dat kunt lenen van een bank.
- Leer je over de verschillende manieren om producten te maken.
- Leer je hoe je producten moet prijzen.
- Zal jouw team zoveel mogelijk armbandjes maken om te verkopen op de Marketingdag.
3. Update van de effectenbeurs (5-10 minuten)
- De waarde van alle aandelen zakken naar 8 BE als gevolg van onzekerheid van de investeerders over de vriendschapsbandjes markt (lees het persbericht op pagina 26 van het Instructieboek).
4. Het geld van vandaag (10-15 minuten)
Hoe werkt de bank?
- Gisteren heb je geld verzameld door aandelen te verkopen aan een investeerder.
- Vandaag kun je geld van de bank lenen, maar daarvoor moet je 10% rente betalen.
- Als je geld nodig hebt dan kun je dat van de bank lenen per 10 BE.
Hoeveel geld heb je vandaag nodig?
- Voorraad, namelijk garen, zakjes en prijskaartjes ( 3-7 BE).
- Salaris en huur (6-8 BE).
- Totaal heb je 9-15 BE nodig.
5. Produceren (40-60 min)
- Er zijn verschillende manieren om te produceren.
- Productielijn: een product wordt gemaakt in een bepaalde volgorde door verschillende personen. Iedere persoon heeft een eigen taak en doet steeds hetzelfde (bijvoorbeeld: schoenen maken).
- Productie is een vak. Je moet nauwkeurig werken. Om geldverspilling te voorkomen is het belangrijk dat je goed uitzoekt wat je precies nodig hebt om een armbandje te maken.
- Handwerk: één persoon maakt het hele product (bijvoorbeeld: pizza’s maken in kleine winkel)
- Hoeveel armbandjes denk je dat jouw team kan maken in de afgesproken tijd en hoeveel denk je er te kunnen verkopen?
- De directeuren productie kopen de voorraad (garen, zakjes en prijskaartjes).
- Daarna gaat het team aan de slag om vriendschapsbandjes te maken.
6. Prijsbepaling
- De prijs moet hoger zijn dan de kosten die je maakt om een armbandje te maken.
- Prijs x Hoeveelheid = Inkomsten
- De uitgaven van de vier dagen zijn ongeveer 70 BE.
7. Afronding (10-15 minuten)
Betalen van werknemers, huur en rente
Teams betalen salaris, huur en rente als ze geld hebben geleend.
De directeur marketing en directeur verkoop moeten nadenken over hoe ze kopers kunnen aantrekken voor de Big Sale op Dag 3.
Werkblad Dag 2
Laat de leerlingen zien hoe ze het werkblad Dag 2 kunnen invullen.
Terugblik
Je kunt geld lenen van de bank voor je bedrijf, maar je moet je lening aflossen en rente betalen.
Productielijn versus handwerk.
De prijs van je product moet hoger zijn dan de kosten (uitgaven).
Prijs x Hoeveelheid = Inkomsten
|